Vlaamse langoustines - herlancering van een lucratieve visserij

Inleiding

langoustinesDe visserij op langoustines kent een lange traditie. De laatste jaren werd bijna niet meer door Vlaamse vaartuigen gevist op deze lekkernij waardoor ook de Belgische markt de langoustine als culinair topproduct niet meer kent, tenzij via kookprogramma’s op TV. Met de financiële steun van de Vlaamse overheid sloegen verschillende partners de handen in elkaar en onder de vorm van twee projecten wordt gepoogd om de langoustinevisserij terug nieuw leven in te blazen en de kopers/verwerkers/handelaars terug commercieel te hermotiveren (één van deze projecten is dus het “OOLAVIS”-project). De voornaamste partners betreffen ILVO-visserij, de Rederscentrale, de VLAM, de rederij van de Z 525, de Vlaamse Visveiling, Tradelift en de dienst Zeevisserij als vertegenwoordiger van de Vlaamse overheid. In Nederland werd een vijftal jaar geleden gestart met analoge projecten rond technische aanpassingen en markgerichte inspanningen. Dit blijkt ondertussen een groot succes, zo’n 20-tal Nederlandse vaartuigen voeren op regelmatige basis langoustines aan van prima kwaliteit en blijken allen zeer rendabel wat bedrijfsresultaten betreft. Daar worden momenteel ook reeds levende langoustines aangevoerd ! Gezien een vijftal van onze “vlaggeschepen” (Belgische vaartuigen door Nederlandse rederijen uitgebaat) nog steeds in Nederland veilen, moet het beslist mogelijk worden om zowel hen als nieuwe kandidaat-starters te overtuigen om op regelmatige wijze te veilen via onze Vlaamse Visveiling. Gezien de langoustine een delicaat product is met een beperkte houdbaarheid, is het noodzakelijk om zowel de maandag, woensdag als de vrijdag een verdeelde regelmatige aanvoer te garanderen. Het is dan ook logisch dat ILVO-visserij nauw samenwerkt met de Nederlandse collega’s (IMARES als wetenschappelijk instituut en de betrokken rederijen) om te leren uit de zowel de positieve als negatieve ervaringen, kortom er wordt voortdurende onderling kennis uitgewisseld.

Doelstellingen

  • Hernieuwde en regelmatige aanvoer van langoustines van topkwaliteit in de Vlaamse Visveiling
  • Vermarkting, promotie en commerciële uitbouw van deze visserij
  • Zoeken van lokale afzetmogelijkheden en verwerkers
  • Ondersteuning en begeleiding en van Vlaamse reders die wensen te starten met de langoustinevisserij
  • Verlagen van kosten en milieuimpact langoustinevisserij
  • Aandacht voor kwaliteit en valorisatie van Vlaamse langoustine als culinair topproduct

Film langoustinevisserij

Film langoustinevisserij

Achtergrond en problematiek

In de jaren ‘80 bestond er een gespecialiseerde en bloeiende Vlaamse langoustinevisserij waarbij een 25-tal (hoofdzakelijk Oostendse) schepen voor een regelmatige aanvoer zorgden van langoustines. Doordat de focus bij de modernisering van de Vlaamse vissersvloot op de grote boomkorvisserij lag, is deze vloot nagenoeg verdwenen en is de aanvoer van langoustines sedertdien sterk gedaald.

Hierdoor beschikt de Vlaamse vloot tot op heden over een aanzienlijk langoustinequotum (ruim 1’200 ton) dat weinig benut wordt door de eigen visserij (een deel werd in het verleden verruild). Indien dit quotum op lange termijn onderbenut blijft, bestaat het risico dat de Vlaamse visserijvloot dit ten dele zal moeten inleveren.

Grafiek quotum

In Nederland is er intussen een bloeiende langoustinevisserij ontstaan en ook enkele Vlaamse eurokotters (Z 525, Z 575, Z 402, Z 468, N 350) voeren momenteel op rendabele wijze langoustines aan in Nederland.

In september 2011 werden bij wijze van proef beperkte hoeveelheden langoustines aangevoerd in Zeebrugge en Oostende. Hieruit bleek dat er nog steeds voldoende interesse en vraag opgewekt kan worden voor Vlaamse langoustines. De prijzen waren gunstig en dit eerste initiatief kan als basis dienen om deze aanvoer verder te zetten.

Aanvoer en vermarkting

Er wordt gestreefd naar een hernieuwde regelmatige aanvoer van Vlaamse langoustines via de Vlaamse Visveiling. Gezien de beperkte aanvoer tijdens de voorbije jaren, zal de Vlaamse Visveiling inspanningen leveren om potentiële kopers te benaderen en de afzetmogelijkheden opnieuw uit te bouwen. Ook wordt uitegekeken naar een mogelijke verwerkings- en verpakkingseenheid in Oostende.

In nauw overleg met Rederscentrale, Vlaamse Visveiling en VLAM worden de nodige inspanningen geleverd op gebied van vermarkting, promotie en commerciële ondersteuning van de Vlaamse langoustine.

Kosten en milieuaspecten

Visserijtechnisch worden er inspanningen geleverd om de kosten en de milieu-impact van de langoustinevisserij te verlagen. Aangepaste vistuigen (o.a. kleinere borden, aangepaste oplangers, doorgedreven toepassing van Dyneema en ontsnappingspanelen) bieden perspectieven om het brandstofverbruik, bijvangsten en bodemimpact te beperken.

Experimenteel net Typische borden met netspreidingsmeter

Z 525 "Sylvia-Mary" Omgebouwde O 187 O13 als voorlopig enige Vlaamse starter

Het “Oolavis-project” biedt een ideaal platform om met verschillende reders te brainstormen over potentiële aanpassingen, praktische proefopzet en resultaten van experimenten.

Kwaliteit

  • Verlenging van de houdbaarheidsduur van vers gevangen langoustines met 2 dagen door gebruik te maken van een kreeftenspoelmachine en dipkoeltanks
  • De mogelijke creatie van een eigen Vlaamse streeklabel voor deze langoustinevisserij
  • Gebruik van een alternatief conserveringsmiddel tegen melanosis (zwarte koppen) ter vervanging van natriumbisulfiet
  • Introductie van een aangepast kwaliteitsbeoordelingsysteem, transparant voor keurders en kopers
  • Optimalisatie van de kreeftenspoelmachine en de installatie van leefbakken moeten op termijn de aanvoer van levende langoustines mogelijk maken
  • Garantie van traceerbaarheid op alle gebied
  • Optimale controle en beheersing van de koude keten aan boord van de diverse vaartuigen

kwaliteit langoustines

In de stuurgroep werd duidelijk dat de logistieke planning van aanvoer in Oostende/Zeebrugge momenteel duidelijk dè achillespees is van het Oolavis-project. De meeste schepen die momenteel aanvoeren en eigendom zijn van Nederlandse reders (Z 525, Z 474, Z 402 en Z 468) doen dit volgens het gereformeerde geloof, er mag niet gewerkt worden op zondag. Dit houdt in dat er pas gevaren wordt op maandagmorgen tot vrijdagmorgen zodat de langoustine logistiek gezien onmogelijk op een normale wijze tijdig in de veilingen kan zijn (enkel de N 350 kan ma/woe/vrij aanvoeren). De O 187 werd recent omgebouwd tot langoustinevisser, doch opnieuw volgens bovenvermeld principe (dit geldt ook voor het vaartuig Z 85 dat binnenkort omgebouwd wordt tot langoustinevisser). Aanvullend hebben de N 57, Z 575 en Z 738 plannen om hun vaartuig te verbouwen op middellange termijn (een beslissing afhankelijk van lage garnaalprijzen en een onrendabele boomkorvisserij). Onze vloot bestaat uit 35 % Nederlandse eigenaars en ook het vlootsegment van de langoustinevissers ontsnapt hier niet aan. Enkel de O 13 is als Vlaams vaartuig recent gestart met de langoustinevisserij, de N 58 overweegt om volgend jaar op langoustines te gaan vissen, toch twee lichtpunten. Als bovenvermeld plaatje kan kloppen dan bestaat de Vlaamse vloot binnenkort uit 15 % langoustinevissers ! De duur van de zeereizen en het gebruik van geschikte conserveringsmiddelen zijn hierbij kritische succesfactoren. De langoustinevisserij omvat een beschikbaar jaarlijks quotum van 1200 ton met een gemiddelde aanvoer per vaartuig van 2500 kg/week. De reders die de vijfdaagse visserij uitoefenen halen vrij vaak een omzet van 25.000 euro/week, wat als “goed rendabel” kan omschreven worden. Concreet is de langoustinevisserij commercieel een rendabel commercieel alternatief voor of complement aan de boomkorvisserij.

Commentaar uit de sector ten opzichte van beide projecten

sorterenTijdstip, stabiliteit en volume inzake aanvoer alsook de vermarkting blijken de kritische factoren.Hoewel onder andere via een succesvol ILVO-seminarie (4 mei 2012) ruime promotie werd gemaakt, kan tot op heden geen constante aanvoer aangeboden worden. Veel kopers reageren nu reeds sceptisch en er rijzen vragen inzake sortering en kwaliteit. De aanwezigheid van ILVO-collega’s betrokken bij het project voor, tijdens en na de veiling is belangrijk om optimale voeling te krijgen met de reacties, pijnpunten, suggesties en aanbevelingen van de kopers. Het is duidelijk dat het volgende seizoen kritisch wordt voor het welslagen van dit project, gezien er momenteel te veel obstakels zijn die een regelmatige verkoop/afname belemmeren.

Deze zomer wordt duidelijk een leerproces doch beloftes dienen nagekomen te worden. Het wordt belangrijk om duidelijk vast te stellen en te propageren waarom men Oolavis-langoustines zou moeten kopen, kortom een achtergrondverhaal gekoppeld aan kwaliteit, duurzaamheid en retraceerbaarheid om de Oostendse langoustine te onderscheiden van andere origines.Er dienen dus zo veel mogelijk argumenten “pro” te worden verzameld tijdens de duur van deze projecten.

Sorteringen en indicatieve prijzen

Qua omzet en marktwaarde behoren de langoustines tot het duurdere vissegment (zoals staartvis, tarbot, griet, zeebaars), dus de “top 5” van de gegeerde vissoorten ui standpunt van de visser. Hieronder een indicatie weergave van sortering en gemiddelde prijs

6-9 stuks : 12 euro/kg
10-15 stuks : 10 euro/kg
16-20 stuks : 8 euro/kg
21-30 stuks : 5 euro/kg
31-40 stuks : 4 euro/kg
Langoustinestaarten : 10 euro/kg

Een vijfdaagse visserij met een Eurokotter is lucratief als een besomming van 20 à 25.000 euro wordt behaald. De gemiddelde aanvoer tijdens zo’n week bedraagt 2.500 à 3.000 kg langoustines.

Opmerkingen: de langoustinestaarten worden zo verkocht voortvloeiend uit beschadigde gehele langoustines.

Langoustines

 

Europees Visserijfonds    Vlaamse overheid    Europa    West-Vlaanderen

Dit project wordt mede mogelijk gemaakt dankzij de goedkeuring van de Plaatselijke Groep en met steun van As4 van het Europees Visserijfonds, dat werk maakt van een duurzame ontwikkeling van ons visserijgebied.

ILVO    Vlaamse visveiling    VLAM

GA

Kort portret van de langoustine

LangoustineDe biologie van de langoustine is ingewikkeld. Ze maken holletjes in de modder waar meestal 1 volwassen kreeft in zit die territoriaal gedrag vertoont om zijn hol te beschermen. De zeebodem is lang niet overal geschikt om deze holletjes te maken. Ze moet uit ten minste 20 % slib en klei bestaan. Het hangt tevens af van de stevigheid van de bodem hoe hoog de dichtheid van de holletjes is. Doordat niet alle bodem geschikt is voor de holletjes en ze maar heel weinig rondtrekken, bestaat de populatiestructuur uit meerdere bestanden, die allemaal hun eigen dynamiek hebben. Zo verschilt het per gebied of de kreeften 1 of 2 keer per jaar een piek hebben in de hoeveelheid eieren die ze leggen, hoe groot de kreeften worden, hoe groot de dichtheid is en of ze ’s nachts of overdag vooral actief zijn. Voor de wetenschap heet hij “Nephrops Norvegicus”.

“Noorse kreeft” is de officiële Nederlandse naam, in de volksmond spreekt men over langoustines. In Engeland spreekt men van “Norway lobster”, in Ierland van “Dublin bay prawn”, in Spanje van “Cigala”.

Lees meer...